Met dit werk wilde ik een gevoel vangen.
Een gevoel dat we allemaal kennen, maar zelden hardop benoemen.
Het moment waarop je meelacht met de rest, terwijl je vanbinnen huilt.
Waarop je een grap maakt, terwijl je eigenlijk zou willen vloeken.
Waarop je de pias uithangt, terwijl je het liefst in een donker hoekje zou wegkruipen.
We zetten soms een clownsmasker op, niet omdat het leven makkelijk is, maar juist omdat het ons zwaar valt.
Humor is geen ontkenning van pijn.
Het is een manier om ermee te leven.
Grappen en grollen helpen ons relativeren, afstand nemen, even ademhalen.
Soms hebben we dat masker nodig om onszelf niet te verliezen in alles wat over ons wordt uitgestort.
Dit werk gaat over die spanning:
tussen wat we laten zien en wat we voelen.
Tussen buitenkant en binnenwereld.
-Je kunt naar me kijken,
maar je kunt me niet altijd zien-